Hans de Vries (voorzitter)

 

 

 

 

 

 

 

Ik ben geboren in Apeldoorn (1955). Sinds 1989 woon ik in Deventer. Als onderwijssocioloog, onderwijskundige ontwikkelaar en conceptueel denker werk ik al meer dan 15 jaar als Hogeschool docent/onderzoeker (parttime). Daarnaast heb ik een eigen bedrijf in het ontwerpen van e-Learning omgevingen en educatieve softwaretoepassingen. Mijn passie ligt bij het onderwijs, ontwikkelen/onderzoeken van educatieve innovatie en het bespreekbaar stellen van sociaal maatschappelijke vraagstukken.

Ik vind het de hoogste tijd worden dat er in het overwegend christelijk georiënteerde Nederland een stem gegeven wordt aan de ongelovigheid. De huidige politieke partijen laten hun oren op verschillende wijze naar de gelovigen hangen en zorgen daarmee indirect voor een lakse houding ten opzicht het uitgangspunt van de scheiding van staat en kerk, ofwel overheid en religie. Ik vind dat dit in de politiek moet veranderen en dat we moeten gaan voor een religieus neutrale samenleving.

Ik sta een vrije samenleving voor zonder enige dogmatische invulling. Om dit essentiële uitgangspunt te realiseren dient de overheid te zorgen voor een vrije onafhankelijk opvoeding en scholing voor iedereen. Hiermee geef ik aan dat we als Atheïstisch Seculiere Partij streven naar een onafhankelijke en religieus neutrale zorg voor onderwijs en opvoeding. Artikel 23 van de grondwet, het zogenaamde principe van ‘vrijheid van onderwijs’, moet opnieuw geformuleerd. Dat betekent dat er een einde dient te komen aan het bijzonder geloofsonderwijs. Het openbaar onderwijs zal onafhankelijk en wetenschappelijk geborgd ingevuld moeten zijn.

Ik ga voor het zelfstandig onafhankelijk denken en handelen van ieder individu. Deze ondogmatische individuele vrijheid geeft de ruimte aan de vrije meningsuiting van de mens. In een seculiere samenleving waar de scheiding van overheid en religie als uitgangspunt wordt genomen en religieus neutraal wordt ingevuld. Er dienen geen privileges te zijn voor godsdienstige groeperingen in het maatschappelijke verkeer en in de wetgeving. Op grond van het gelijkheidsprincipe zal elke wet gelden voor iedereen in gelijke mate. Artikel 6 van de grondwet kan om die reden worden afgeschaft. Artikel 1 van de grondwet heeft geen verbijzondering nodig voor godsdienst, namelijk met levensovertuiging is dat al gevrijwaard. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn een leidraad voor mijn politiek handelen.