Regressieve politiek bestendigt de kansenongelijkheid in het onderwijs

Onderwijs bestendigt kansenongelijkheid

De verheffingsrol van het onderwijs heeft afgedaan. Dit blijkt uit het onderwijsverslag ‘De staat van het onderwijs’ van de onderwijsinspectie. De inspectie constateert dat het opleidingsniveau en de ingeschatte van ondersteuning door de ouders een subjectieve invloed heeft op het schooladvies dat de leerling krijgt van de leerkracht. De vooringenomenheid van de leerkracht zorgt voor het reproduceren van de sociaal maatschappelijk posities. Hiermee wordt talentontwikkeling van gelijkwaardige leerlingen in een vroeg stadium beperkt voor de zwakkeren in de samenleving.

Het schooladvies lijkt afhankelijk te zijn van de sociaal-culturele achtergrond van de ouders en minder van de objectiverende aanwezige capaciteiten van het kind zelf. Dit draagt bij aan de bestendiging van de bestaande sociale ongelijkheden. Onderwijs-sociologisch onderzoek geeft aan dat (1) een vroege onderwijsselectie; het moeten kiezen uit (2) verschillende onderscheidende onderwijsleerroutes plus (3) onvergelijkbare onderwijsprogramma’s, bijdragen aan een grotere ongelijkheid. Dit is een drievoudige opeenstapeling van ongelijkheidsfactoren van het huidige onderwijssysteem.

Wie is verantwoordelijk is voor deze systematiek van het vooringenomen schooladvies? De ongelijkheid begint al bij de keuze van het basisonderwijs. De politiek heeft al een eeuw geleden de verantwoordelijkheid voor het onderwijs uit handen geven. Geprobeerd wordt dat via kerndoelen en inspecties te toetsen, maar het kwaad is al geschied. De ouders kiezen een school voor hun kinderen die aansluit bij hun beleving, visie en mogelijkheden. Het schooladvies van de leerkracht wordt zo een bestendiging van de gekozen onderwijsroute van de ouders en draagt bij aan de segregatie in de samenleving.

Krijgen de kinderen van ‘bijzondere’ scholen dezelfde kaders aangereikt? Afhankelijk van woonsituatie, opleidingsniveau en inkomen vindt onder de noemer van ‘vrijheid van onderwijs’ al een onderverdeling plaats. Deze vroege schoolkeuze op grond van onder andere religie bepaalt deels al de verwachtingen van de ouders ten aanzien van het 4-jarige kind. Zo krijgen de eerdergenoemde ongelijkheidsfactoren vorm.

Laten we na een eeuw van ‘bijzonder’ onderwijs de verantwoordelijkheid terugnemen als samenleving en daadwerkelijk gaan voor uitsluitend openbaar onderwijs voor iedereen. Om verdere segregatie te voorkomen en gelijkheid te bevorderen is het bieden van gelijke kansen nodig voor alle kinderen tot 16 jaar. In plaats van segregatie gaan we voor gelijkheid en het bieden van funderend onderwijs tot 16 jaar. Dan kan er zonder beperking aandacht worden besteed aan sociale vaardigheden, talen, rekenvaardigheden, burgerschap, gelijkheidsprincipe en ontplooiing van ieders talenten die aansluiten op de ontwikkelingskwaliteiten van de kinderen over een langere tijd zonder de beperking van de schoolrichtingskeuzes. Het nieuwe funderend openbaar onderwijs tot 16 jaar biedt garanties dat de vroege selectie, de verschillen in leerroutes en de stapeling van ongelijkheidsfactoren verdwijnen.

Hans de Vries, mei 2016,
Voorzitter Atheïstisch Seculiere Partij.

Een reactie plaatsen

Controle Spambot * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

%d bloggers liken dit: