Geen religieuze colportage bij een openbare instelling die neutraal dient te zijn.

Het Nederlandse college van de mensenrechten tolereert religieuze uitingen bij het uitoefenen van een neutraal geachte overheidsfunctie. Een moslima krijgt het privilege om als politieagente in uniform in contact met andere burgers haar geloofskledingstuk te mogen dragen. In een seculiere samenleving dient de scheiding van staat en kerk, zeker binnen een overheidsorgaan dat gezag dient uit te stralen, vrij te zijn van willekeurig welke geloofsuiting dan ook.

Het uitdragen/verkopen (colportage) van een bepaald religieus gedachtegoed behoort uiteraard niet tot de taak van een agent. Het dragen van zichtbare merktekens is daarom niet toegestaan. De uitspraak van het college van de mensenrechten zet de deur open voor het verder opeisen van religieuze privileges waardoor een verdere gesegregeerde samenleving ontstaat. Hiermee tolereren we individuele religieuze colportage binnen een overheidsinstelling.

Het is ongewenst dat een uniform geen uniformiteit meer kent. Als agent ben je naast gezagsdrager ook dienstverlener namens de overheid. Het uniform van een politieagent heeft als doel dat de burgers in één oogopslag zien dat een agent de overheid vertegenwoordigt. Een belangrijk aspect van een uniform is dat er geen uitzonderingen gemaakt worden.

Het publiek mag niet de indruk krijgen dat het functioneren van een agent door een bepaalde religie of ideologie beïnvloed wordt. Het is noodzakelijk dat bij het uitoefenen van gezag niet de persoonlijke motieven of levensfilosofie van de ambtenaar ter discussie kan komen te staan. Om die reden wordt daarom van overheidsdienaren verwacht dat zij volstrekt neutraal zijn.

Als je neutraliteit moet uitstralen als dienstverlener (brandweer, politie, overheid, onderwijs, rechtspraak) dan draag je dus geen religieuze symbolen. Dienstverlening vanuit de overheid in Nederland is nu eenmaal religieus neutraal.

Hans de Vries,
Voorzitter van de ASP (Atheïstisch Seculiere Partij)