Durf te kiezen voor kwaliteit van onderwijs voor iedereen.

Het jaarlijkse rapport van de onderwijsinspectie legt de vinger op de zere wond van het Nederlandse onderwijssysteem.

Op woensdag 12 april 2017 geeft Petra Visser in Trouw haar analyse: ‘Onderwijsvrijheid leidt tot grote verschillen tussen scholen’. Daarbij wijst zij ook op de macht van de koepelorganisaties die niet aan een nationaal curriculum willen wat gezien kan worden als een van de oorzaken. Op zaterdag 15 april 2017 geeft Aleid Truijens in haar Volkskrantcolumn “IJs en Weder” steekhoudend aan dat de ‘vrijheid van onderwijs’ de kwaliteit van het onderwijs niet goed heeft gedaan.

Na 100 jaar heeft de pacificatiewet van grondwetsartikel 23 (die de zogenaamde ‘onderwijsstrijd’ moest doen eindigen) ervoor gezorgd dat er ernstige verschillen zijn ontstaan tussen de scholen.

Als we uitgaan van het eerste lid van artikel 23 is de aanhoudende zorg voor het onderwijs de verantwoordelijkheid van de regering. Deze wet gold al vóór de pacificatiewet in 1917. Met de pacificatiewet is het echter mogelijk gemaakt dat naast de openbare scholen ook bijzondere geloofsscholen uit de overheidskas bekostigd worden. 68% van de scholen is in handen van besturen die in het duale Nederlandse onderwijssysteem eigen scholen beheren. 60% van alle scholen is bijzondere geloofsschool en 8% is algemeen bijzonder, gebaseerd op pedagogisch-didactische vernieuwingsconcepten. De resterende 32% aan openbare scholen valt onder het gemeentelijk bestuur. Hiermee heeft de regering haar plicht om voor het onderwijs te zorgen uit handen gegeven. Het is dus niet verwonderlijk dat er kwaliteitsverschillen kunnen ontstaan in het huidige onderwijssysteem.

In hoeverre is het mogelijk om de kwaliteit gelijk te trekken tussen de verschillende scholen?

Om de kwaliteit tussen de scholen op gelijk niveau te krijgen moet de focus gelegd worden op de basis: ‘het onderwijsgeven’. Dit kan al beginnen door de leerkrachten te ontlasten door de administratieve volgsystemen te vereenvoudigen. Tevens dienen kwalitatief goede docenten beter beloond te worden en dienen de docenten zich blijvend te kunnen ontwikkelen. Gezien de vrijheid in het onderwijsprogramma van de bijzondere scholen mag de inspectie alleen maar toetsen of de kerndoelen gehaald worden en beoordelen of het onderwijs deugdelijk wordt uitgevoerd. Het duale onderwijssysteem zorgt ervoor dat dit op een getrapte wijze moet worden voorgelegd aan de besturen via de raden voor het primaire en voortgezet onderwijs. De regering, het ministerie en de inspectie mogen zich in het duale systeem niet bemoeien met het curriculum. Deze omslachtige wijze van controle werkt kwalitatieve ongelijkheden in de hand.

Hoe zou het zijn als we géén gepacificeerd duaal onderwijssysteem zouden hebben?

Als we uitgaan van uitsluitend openbare scholen. Dan wordt de regering gedwongen om haar plicht – om voor het onderwijs te zorgen – weer serieus te nemen. In dat systeem is al het onderwijs openbaar en voor iedereen vrij toegankelijk. Voorwaarde is daarbij dat dit onderwijs wetenschappelijk geborgd is. Dit uitsluitend openbaar onderwijs is religieus neutraal en biedt iedere leerling een kwalitatief goed fundament om later als burger deel te kunnen nemen aan de samenleving. De inspectie stelt het raamwerk voor het onderwijsprogramma op. Het onderwijs heeft als taak dit raamwerk (voor taal-, reken- en sociale vaardigheden, geografie, biologie, wetenschaps- en burgerschapsvorming) zodanig vorm te geven dat dit aansluit bij de wensen van de ouders en de behoeften van de leerlingen. Het onderwijs gaat uit van het gelijkheidsprincipe en richt zich op de ontplooiing van ieders talent dat aansluit op de ontwikkelingsmogelijkheden en bijdraagt aan een brede oriëntatie op vervolgopleidingen,  beroepen en de samenleving in het algemeen.

Op welke wijze kunnen we religieus neutraal openbaar onderwijs vormgeven?

De scholen worden opgezet op locaties waar er vraag naar onderwijs is. Per wijk, plaats, stad of regio wordt de vraag naar funderend en/of kwalificerend onderwijs bepaald en ingevuld. Met steun van de plaatselijke/regionale overheid, de inspectie, de ouders en leerlingen wordt een ‘plan voor openbaar onderwijs’ opgesteld. Een school wordt in samenspraak met de leerlingen en ouders en de onderwijsaanbieders vormgegeven binnen de kaders van het door de inspectie aangedragen raamwerk.  Ouders/leerlingen/studenten (vragers) overleggen met het onderwijsteam (aanbieders) en bepalen samen de pedagogisch-didactische inrichting van de school of opleiding. Hiermee zijn de algemeen bijzondere scholen ook overbodig geworden omdat in samenspraak met onderwijsvragers en de onderwijsprofessionals gekozen kan worden voor traditioneel of vernieuwingsonderwijs zoals Jenaplan, Dalton, Montessori, Frenet of andere methodische invullingen. Met deze constructie kan tevens een aantal bestuurlijke, juridische en financiële vereenvoudigen worden doorgevoerd.

Door te kiezen voor uitsluitend openbaar onderwijs zijn de verschillende bestuurslagen niet meer nodig. Het onderwijs richt zich op de integratie van alle groepen in de samenleving. Het onderwijs wordt niet gegeven vanuit één religie maar er wordt onderwijs gegeven over alle religies, levensopvattingen en filosofische bespiegelingen. Religieus neutraal openbaar onderwijs leidt jongeren op tot onafhankelijk kritisch denkende, zelfbewuste en zelfstandig handelende burgers die met hun kennis, vaardigheden en houding goed kunnen participeren in de samenleving.

Hans de Vries, onderwijssocioloog en voorzitter van de Atheïstisch Seculiere Partij.

(Cijfers: CBS 2015)

Petra Visser: Onderwijsvrijheid leidt tot grote verschillen tussen scholen |Trouw|12 april 2017

Aleid Truijens: Vrijheid van onderwijs heeft kwaliteit geen goed gedaan |Volkskrant (plus)|15 april 2017

%d bloggers liken dit: